Corona zonOp bijna 150 miljoen kilometer van ons vandaan staat een ster. Deze ster, onze Zon is voor ons van levensbelang, want hij is onze belangrijkste licht-, warmte- en energiebron. Zonder zon zou er geen leven op aarde mogelijk zijn. Astrologisch gezien is de Zon het symbool voor zelfbewustzijn.

Inmiddels weten we dat de Zon een doodgewone ster is, rond de 5 miljard jaar oud en ongeveer in het midden van zijn leven. Er bestaan veel oudere en veel jongere sterren. Wat hem zo bijzonder maakt is het feit, dat hij de enige ster is, die zó dichtbij staat en daardoor zó opvallend is, dat het mogelijk is met relatief eenvoudige middelen allerlei verschijnselen aan het oppervlak van de Zon waar te nemen. Zo'n gedetailleerd onderzoek is bij andere sterren niet mogelijk, zodat je bij het bestuderen van de Zon kunt spreken van 'sterren'­kunde bij uitstek.

c-zon-info-1Als we de resultaten van al het onderzoek bekijken, vinden we een onafzienbare hoeveelheid informatie en bijzonderheden over dit hemellichaam, maar hoe meer we ons hierin verdiepen, des te verder raken we verwijderd van het wezen van de Zon, zoals we die dagelijks aan de hemel beleven. Hoe kunnen we het wetenschappelijke gegeven, dat de Zon een grote kernreactor is, rijmen met onze beleving van een zonovergoten zomerdag? Hoe kan het meest dodelijke dat er naar menselijke maatstaf bestaat - de vernietigende kracht van het nucleaire proces - tegelijkertijd de bron zijn die alles doet leven? Laten we eens op onderzoek uitgaan.

Het meest opvallende aan de Zon is het felle lichtende oppervlak, de fotosfeer.
Deze wordt beschouwd als het eigenlijke oppervlak van de Zon. Het is het overgangsgebied van de relatief dichte lagen in de kern naar de veel ijlere, onzichtbare lagen daar omheen. Van hieraf gemeten is de doorsnee van de Zon bijna 700.000 km., ruim 100x zo veel als die van de Aarde. De fotosfeer zelf is een grote borrelende massa, zoiets als kokend water, en heeft een dikte van slechts 250 km. Dit gebied straalt bijzonder veel energie uit, niet alleen in de vorm van warmte en zichtbaar licht, maar ook onzichtbare en gevaarlijke infrarood en ultraviolette straling.

In de fotosfeer zijn vrijwel altijd gebieden die donker afsteken. Dit zijn de zg. zonnevlekken, die minder heet zijn dan de omgeving en ontstaan op plaatsen waar de warmtetoevoer vanuit de diepere lagen wordt belemmerd door de invloed van sterke magnetische velden. Wat er op het zonneoppervlak uitziet als een klein donker vlekje, is gemiddeld een paar keer groter dan de Aarde en zou, als het los van de Zon op de zelfde afstand zou worden waargenomen, 50x zo helder zijn als de volle Maan.

Corona protuberansRondom de fotosfeer ligt de chromosfeer. Deze ijle laag van nog geen 2.500 km. dik is het best enkele seconden voor en na een totale zonsverduistering zichtbaar. Het is dit gebied waar de spectaculaire zonnevlammen of protuberansen hun oorsprong hebben.

Er bestaan actieve protuberansen, uitbarstingen van energie, die zeer veranderlijk van vorm kunnen zijn. Hun levensduur varieert van een paar minuten tot enkele uren. Ze kunnen zich tot ver boven de chromosfeer verheffen en een interplanetaire magnetische storm teweeg brengen. Op aarde is dit merkbaar door storingen in elektriciteitsvoorzieningen, telefoon- en radioverkeer en uitzonderlijk sterk poollicht.

De corona (letterlijk: krans of kroon) is de buitenste sfeer van de Zon, een gebied dat vele malen de diameter van de Zon kan bestrijken en waarvan we de buitengrens als een witte stralenkrans kunnen waarnemen als de zon zelf verduisterd is. Maar een totale zonsverduistering is een dermate zeldzaam verschijnsel - in de hele afgelopen eeuw bij elkaar een krappe anderhalf uur - dat zonneonderzoekers hele expedities op touw zetten en naar afgelegen oorden reizen om een dergelijk schouwspel mee te kunnen maken.

C Zon info 2Het lijkt erop, dat door de aantrekkingskracht die uitgaat van deze geheimzinnige stralenkrans en de geestdrift die de aanblik ervan opwekt, iets van het ware wezen van de zon tot uitdrukking komt. Pas als de verblindende zonneschijf is bedekt, wordt onze aandacht uit het centrum naar buiten geleid. We kunnen dan pas zien dat de zon veel groter is, dan het lijkt als we vluchtig naar het verblindende schijfje opkijken. En wie bedenkt, hoe veel tijd onze ogen nodig hebben om aan het duister te wennen, kan vermoeden dat de stralenkrans van de zon zich nog veel verder uitstrekt, dan we kunnen zien in de te korte tijd van de verduistering zelf. Intussen zijn de meeste astronomen het erover eens, dat de uitlopers van de corona zich tot ver buiten de baan van de aarde uitstrekken. We kunnen het zelfs hier zien: wie met half dichtgeknepen ogen met de blik op oneindig in het zonlicht schouwt, ziet de zonnedeeltjes als kleine lichtende puntjes dansen. Ook het verschijnsel van het zodiakaal licht maakt duidelijk dat de ruimte tussen zon en aarde niet leeg is, maar gevuld met een of ander medium dat opglanst in het zonlicht.

Het zodiakaallicht is onder gunstige omstandigheden als een glanzende lichtkegel boven de horizon vanwaar een geheimzinnig oplichtende band langs de dierenriem naar de tegenoverliggende horizon trekt. En eigenlijk weten wij dat al lang: we zitten tenslot­te in en niet onder de zon.

De binnenste laag van de corona bestaat uit losstromende deeltjes die zich lijken te bewegen langs de mag­netische krachtlijnen van de Zon, waardoor bogen ontstaan. Op sommige plaatsen met zwakkere magnetische velden, zijn de krachtlijnen open en worden de deeltjes naar buiten geblazen. Dit wordt zonnewind genoemd. Als ze de Aarde bereiken hebben ze een gemiddelde snelheid van 500 km. per seconde. Dat betekent dat ze er drie à vier dagen over doen om hier te komen. Normaal gesproken worden deze deeltjes door het aardse magneetveld tegengehouden, maar in periodes van veel zonneactiviteit kan de zonnewind snelheden bereiken van meer dan 2000 km. per seconde. Daartegen biedt het magneetveld van de Aarde niet genoeg bescherming en de deeltjes dringen de dampkring binnen, waar ze botsen met de daarin aanwezige zuur- en stikstof. Door de botsingen gaan ze licht uitstralen, dat we in de poolstreken waarnemen als het noorderlicht.

Terug naar de vraag hoe groot de zon eigenlijk is. Wetenschappers hebben intussen aangetoond, dat de deeltjes in de corona dezelfde zijn als die in de zonnewind. Het verschil zit hem in de veel hogere temperatuur van de corona, waardoor dit deel van de zon 'oplicht'. De in 1977 gelanceerde Voyager die in de daarop volgende twaalf jaar achtereenvolgens Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus bezocht heeft tenminste tot daar ook zonnewind geconstateerd. We mogen dus gerust stellen dat de Zon zo groot is als het planetenstelsel en de hele planetenschaar in zijn stralenmantel hult. Dat betekent dat we onze voorstelling van de Zon als hemellichaam moeten laten varen. De wezensaard van de Zon is, om een wetenschappelijke term te gebruiken, van een hogere macht. Men kan de Zon niet begrijpen, omdat de Zon zelf alles omgrijpt. Tenzij we een andere mogelijkheid van 'begrijpen van binnenuit' ontwikkelen.

C Zon info 3Als de kosmische omgeving waarin wij op aarde leven het binnenste in de Zon is, waar is dan buiten? In het licht van de zon-god-relatie bevinden wij ons in het ziele-innerlijk van een gods- of geesteswezen. Maar het ware innerlijk, de bolvormige ruimte achter de brandende muur van vlammen, wordt door dit zonnewezen zelf verborgen gehouden. Achter het verblindend schelle grensvlak van de fotosfeer, waar de zon ons waarnemende oog een lichtgrens oplegt en buitensluit, is voor ons de ontoegankelijke buitenruimte. Het beeld dat wij ons van dit zonne-innerlijk vormen, zal altijd op vermoedens berusten en de actuele ontwikkelingsstand van de chemie en (kern)fysica weerspiegelen en dus steeds veranderen.

We kunnen dus stellen dat er aan de zonnerand een omkering plaats vindt, het is een grens is tussen binnen en buiten. Ook deze gedachte wordt door de astronomiewetenschappers bevestigd: bij de zg. spectraalanalyses - een methode om sterrenlicht te onderzoeken en daaruit gegevens over de samenstelling af te leiden - blijkt dat de lichtende emissiespectra van chromosfeer en corona bij de fotosfeer omslaan in donkere absorptiespectra. Anders gezegd, wie met een spectraalkijker naar de zon kijkt en vervolgens langzaam naar de omtrek beweegt, ziet zodra hij de grens van de fotosfeer passeert het beeld omslaan, als een foto die in zijn negatief verandert.

Wat kunnen we ons voorstellen bij de zonnekern? Iedereen heeft vaak genoeg zijn koffie of thee geroerd om te weten, dat er dan een prachtige trechter ontstaat, Hoe harder we roeren, hoe dieper de trechter. Als er iets op het vloeistofoppervlak drijft, zien we ook dat de draaisnelheid aan de rand veel geringer is dan in het midden. Hoe dichter bij het centrum, hoe sneller de werveling. In het midden is de draaiing zo groot, dat de vloeistof deze belasting niet uithoudt en uiteenwijkt.

Wiskundigen hebben vastgesteld dat de omloopsnelheid van elk willekeurig punt (c) omgekeerd evenredig is met de afstand tot het middelpunt (r). Anders uitgedrukt: r x c = constant. Als de straal 0 is, zal de snelheid ∞ zijn. Deze formule komt in grote lijnen ook overeen met de tweede wet van Kepler en de overeenkomst met ons planetenstelsel ligt voor de hand. De buitenplaneten bewegen zich langzamer om het centrum dan de binnenplaneten. Hoe dichter bij de zon, hoe hoger de omloopsnelheid. De zon zelf zou dan het zuigende centrum van de werveling zijn. Op aarde zal in een draaikolk de ontstane trechter zich onmiddellijk vullen met lucht.

Maar wat gebeurt er als dit plaats vindt in het luchtledige en er geen andere stof is die de ontstane holte op kan vullen? Wat gebeurt er in de zonneholte achter de fotosfeer, waar geen stoffelijke materie is die de zuigende slurf kan vullen? Wellicht komt hier een begrip als antimaterie in de buurt, en kunnen we spreken van pure essentie of het puur geestelijke of goddelijke.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Inhoud ©1992 - Hans Planje
Hans Planje     E:      T: 053-4772532