sat mystDe kosmos is ouder dan de mens. De pas ontdekte mysterieplaneten bestonden 1000 en 10.000 jaar geleden net zo goed als nu en de wetmatigheden van het universum zijn door hun ontdekking niet veranderd. We hebben plotseling iets ontdekt, dat ons ervoor niet bewust, maar wel aanwezig was. Iets is uit de duisternis van onze waarneming aan het licht gekomen. En dit kunnen we niet verloochenen.


Het oude zonnestelsel

De opbouw van ons zonnestelsel is een afspiegeling van de opbouw van ons bewustzijn. De ontdekking van 'nieuwe' planeten correspondeert met de ontwikkeling van dit bewustzijn. Omdat de planeten tot en met Saturnus met het blote oog zichtbaar zijn, waren ze bij de mens van begin af aan bewust. Dat betekent dat iedereen de corresponderende eigenschappen tot uitdrukking moest brengen. Als men in vroeger tijden Saturnus probeerde te ontkennen of onderdrukken door Jupiter bewust te huldigen, bv. door de koning met de grootste glans te omgeven en het volk feesten, parades en toernooien te geven, dan was het des te pijnlijker te ervaren, dat ook de koning ziek kon worden, een ongeluk kon krijgen of een oorlog kon verliezen.

In deze tot het eind van de 18e eeuw durende wereldbeschouwing is Saturnus de verste bekende planeet en daarmee de uiterste categorie in het voorstellingsvermogen van de mens. Men onderwierp zich aan uiterlijke grenzen, een van bovenaf opgelegde wetgeving en een heerser van buitenaf. En vergelijkbaar met een kind dat ook slechts uiterlijke grenzen kent, probeert men de boel waar mogelijk te bedriegen of te misleiden en in het ergste geval neemt men een straf als noodlot van buitenaf op de koop toe. In deze Saturnale begrenzing bestaat slechts een persoonlijk geluk dat je toevalt of niet. Een bovenpersoonlijk streven was voor de massa onmogelijk, wel voor een enkel individu die ons tegenwoordig als historische persoonlijkheid bekend is. Zo heeft bv. Goethe overduidelijk zijn Pluto tot uitdrukking gebracht, Chopin zijn Neptunus en Nostradamus zijn Uranus. Ieder mens die boven zijn persoonlijke grenzen uitgestegen bekend is geworden, ongeacht de tijd waarin hij leefde, heeft transsaturnale planeten tot uitdrukking gebracht. Het individuele genie is in staat het gehele palet van planetaire krachten tot uiting te brengen; de massa slechts dat wat bekend is, waarmee zij ook het algehele algemeen menselijke lot bepaalde.

Zolang Saturnus de mensheid begrensde, bestond er voor de massa geen mogelijkheid lot als zinvol te herkennen, want zij kon het veruiterlijkte lot niet over de grens met iets van zichzelf in verbinding brengen. Het lot was afgescheiden van de collectieve mens en er bestond slechts een toevallige keuze tussen geluk en ongeluk. Maar daardoor bestond er voor het volk ook geen mogelijkheid de Aarde in z'n geheel uit te buiten, of de mensheid uit te roeien. Het Saturnusprincipe heerste overal als zichtbaar hoogste gezag. Het behoedde de geheimen van zelfkennis voor de massa. Esoterie was hetzelfde als niet-openbaar. 


Uranus en het nieuwe bewustzijn

Deze toestand betreft de langste tijd van onze geschiedenis. Maar met de ontdekking van Uranus ‑ die min of meer samenviel met de Franse revolutie ‑ ontwaakte een nieuw bewustzijn. Opeens was er iets veranderd. Iedereen kon met eigen ogen zien: de grens is te overschrijden! En in naam van het volk gooit men de belichaamde grens omver, legt kerk, koning en adel onder de guillotine en verklaart de onderdaan (Saturnus) tot burger (Uranus). In Amerika wordt enkele jaren daarvoor de onafhankelijkheidsverklaring getekend en voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid wordt het streven naar geluk als natuurlijk recht omschreven. Het bewustzijn voor een uiterlijk niet meer te begrenzen individualiteit was geboren. Peetoom Uranus hield het kind ten doop.

De mensen konden zich van nu af aan niet langer als afhankelijke kuddewezens, maar als zelfstandige individuen gaan zien. Deze ontwikkelingsstap had grote gevolgen, die vanaf het eerste moment consequent zijn inlossing eiste: als je een uiterlijke grens (Saturnus) overgaat, dan ligt die vervolgens achter je en niet meer voor je. Je hebt hem dus niet meer in het uiterlijke zicht. Spiritueel gezien betekent dat, dat elke overschreden uiterlijke grens onvermijdelijk tot een innerlijke wordt. Anders gezegd: als ieder mens zijn eigen geluk wil beproeven en niet meer vervangend tevreden is met het geluk van de landeigenaar of koning die zijn rijkdom doorgeeft aan het volk, riskeert hij tegelijk zijn eigen ongeluk. Want van nu af aan zal elke fout, elke misstap, elk falen niet meer ten laste van de autoriteit kunnen komen.

Door dit nieuwe zelfbewustzijn ontstaat dus ook een gevoel van zelfverantwoordelijkheid. En plotseling verschijnt ook de oude boosdoener Saturnus in een nieuw licht: hij verandert van uiterlijke gezagsdrager en behoeder van wetten en regels tot een innerlijk geweten.

Als we dit bewustzijn van eigen verantwoordelijkheid ontwikkelen, zullen we Saturnus gaan ervaren als een innerlijke klok die ons er regelmatig toe aanzet ons leven en onze opstelling en houding daarin te onderzoeken, verantwoordelijkheid te nemen waar dat nodig is, en afstand te nemen van wat niet meer bij ons past. Dat betekent overigens niet, dat we door dit bewustzijn een leven zonder pijn of leed zullen leiden, maar dat ons lot niet meer 'willekeurig' is en we steeds meer in staat zijn op een dieper niveau de cycli van de tijd te herkennen en daardoor gemakkelijker te accepteren. Telkens als we onze eigen grenzen overschrijden, wordt onze moed door de 'wachter op de drempel' op de proef gesteld en overmoed omgezet in deemoed. Daarbij moeten we deemoed niet verstaan als valse onderworpenheid, maar als een wijze acceptatie van de wetmatigheden van het leven. Saturnus confronteert ons steeds met de realiteit en wie geleerd heeft zich te bewegen in overeenstemming met de kwaliteit van tijd en kosmische cycli, geniet binnen deze grenzen de hoogste vrijheid.


De volgende bewustzijnsstap

Eigenlijk zouden we een jaartje of duizend de tijd moeten hebben om ons nieuwe bewustzijn echt te begrijpen en er goed mee te leren omgaan. Een beetje pedagoog zou hier een leerpauze hebben ingelast en zelfs de leergierigste leerlingen pas na een tussentijdse toets hebben doorgelaten. Maar doet het leven dat met ons? Het heeft lak aan tijd en pedagogie en confronteert ons als we nog maar nauwelijks van de Uranusschok zijn bekomen met een volgende bewustzijnsstap (Neptunus, 1846) en vlak daarna nog een (Pluto, 1930). Wil het leven zijn leerlingen verwarren?


Op zoek naar het geluk

Laten we eerst nog even terugkeren naar Uranus. In hoeverre is de mensheid, waaronder jij en ik, in staat de uitdaging van Uranus, de grenzen van Saturnus te verinnerlijken, uit zichzelf te leren, vrijwillig, vanuit de wijsheid dat je pas werkelijk geluk kunt ervaren, als je je niet-geluk (lees: lot) volledig hebt geaccepteerd? Het is waarschijnlijker dat het nieuwe schijnbaar grenzeloze recht op vrijheid en persoonlijk geluk in een permanente goldrush zou zijn ontaard, als niet alle facetten van een geïsoleerde Uranus ten tonele zouden zijn verschenen: intolerantie, onrust, uit je dak gaan, absurdisme, gekte in alle gradaties, de hele mensheid een hoop bezeten goudzoekers, vertwijfeld op zoek naar zijn grenzen. Maar die zoeken ze buiten zichzelf, zoals ze het altijd al gedaan hebben. Er is niemand die zegt dat ze hun blik naar binnen moeten keren, omdat de grens nu achter ze ligt. Hoe brengt men de mens ertoe van richting te veranderen? Een vraag die tegenwoordig elke reclamevakman direct kan beantwoorden: Zodra iets innerlijks een grotere aantrekkingskracht heeft dan alles daarbuiten. Het vissentijdperk presenteert ons zijn afscheidsgeschenk en schuift Neptunus ons waarnemingsveld binnen. Door storingen in de intussen bekende baan van Uranus wordt de positie van de stoorzender gevonden: In 1846 wordt Neptunus in het teken waterman (!) ontdekt. De veruiterlijkte Uranus heeft zichzelf naar binnen toe gecorrigeerd. Hij lijkt ons te willen zeggen, dat we ons geluk eens in de andere richting moeten zoeken.

De zoektocht naar buiten maakt plaats voor de zoektocht naar binnen. 'Sturm en Drang' wordt romantiek; de avonturier wordt poëet. Wat men ook zoekt, een golf van verinnerlijking verandert het gezichtsveld van de mens. Iedereen voelt dat er iets innerlijks bestaat buiten alle bekende geloofsleringen, individueel ervaarbaar, individueel betekenisvol, en toch alle mensen in gelijke mate betreffend. Dit innerlijke zou de oplossing moeten zijn, want het lost alle uiterlijke onregelmatigheden en meningsverschillen op en zorgt voor een wonderbaarlijk gevoel van eenheid met alles. Uit de afgerichte gelovige met genormde blik naar buiten (boven) ontstaat voorzichtig de individuele mysticus en dweper met zijn verlangende blik naar binnen.

Maar er is ook de onromantische kant van Neptunus: terwijl de een met een psalm op de lippen via de omweg van zijn innerlijk naar het oude boven schouwt, zwoegen vele anderen voor een hongerloon aan de grens van hun capaciteiten. Zij hebben geen tijd waar dan ook heen te schouwen. Uitgerekend onder de verruimende inzichten van Neptunus brengt de industriële revolutie voor de massa kille ellende in plaats van de begeerde mystieke versmelting. Honderd jaar na de spectaculaire grensoverschrijding gaat de mens kapot in zijn strijd om het bestaan. Knechtschap en herendienst zijn tot uitbuiterij geworden en het ziet ernaar uit dat de toestand van de mens eerder slechter dan beter is geworden.
We moeten wel erg goed kijken, ons beter inleven om de verandering te ontdekken. Een beperkende en een overschreden grens zien er van buiten hetzelfde uit. Het maakt optisch geen verschil of die grens voor of achter je ligt. Maar psychologisch is de beperkende grens een einde, de overschreden grens een begin.

Maar de uitbuiting en proletarisering van de massa in de 19e eeuw zijn gist voor de tegelijkertijd opkomende sociale bewegingen. De Neptunusblik brengt de Uranusideeën naar binnen. Vanuit het hedendaagse perspectief kunnen we die verandering en de bovenpersoonlijke richting wel goed zien. De dagloner voelt op zijn klompen aan dat hij zijn ellende nooit alleen en persoonlijk kan oplossen. Hij voelt ook dat hij het recht heeft dit openbaar kenbaar te maken. Anders als vroeger gaat het hem er niet om zijn persoonlijke leed op te lossen, maar weet hij dat er iets voor iedereen moet worden veranderd, zodat daardoor ook iets voor hem kan veranderen. Daarover heeft hij geen grote woorden, ideeën of theorieën zoals de Uranushervormers aan het eind van de 18e eeuw. Hij heeft slechts zijn onbeschrijflijke onromantische ellende. Solidair wordt dit door de massa tot één grote ethische aanklacht. Zo wordt in de 19e eeuw de sociale en charitatieve basis gelegd voor onze huidige maatschappij. Nood wordt een openbaar probleem, de leniging ervan een maatschappelijke nood-zaak.

Op dit punt van ons transsaturnale leerproces zouden we kunnen denken, een bepaald doel bereikt te hebben, als we met z'n allen voldoende geoefend hebben om een stabiele humane maatschappij tot stand te brengen, waarin iedereen eindelijk gelukkig kan zijn. De mens die de Saturnusdrempel overgegaan is, zou ‑ dankzij Uranus tot maatschappelijk denken en dankzij Neptunus tot medemenselijkheid in staat ‑ nu alle eigenschappen moeten bezitten die de moderne mens nodig heeft. Het paradijs is bereikt (Neptunus - vissen) en eerlijk gezegd wordt het tijd.

Maar laten we ons dan eerst afvragen of de mens zijn Saturnuslessen heeft geleerd. Kan hij intussen met behulp van de Uranische en Neptuniaanse inzichten zijn lot accepteren en zijn niet-geluk op zichzelf betrekken? Het ziet ernaar uit dat dit helaas niet het geval is: de mens geniet zijn uiterlijke Uranische vrijheden en koestert zich in Neptuniaanse gevoelens en dromen, maar voor zijn persoonlijke ongeluk is nog steeds iets van buiten verantwoordelijk. Op de transsaturnale schoolbank zit de middeleeuwse mens, modern gekleed en pocht op zijn vooruitgang, zijn hervormingen en zijn sociale gevoel en hoopt dat de meester de blinde vlek in zijn leerproces over het hoofd ziet. Maar die is intussen ook gegroeid en spookt onmiskenbaar als een bedreigend Niets à la Michael Ende door ons (oneindige) verhaal. Eindigt de droom van de grensoverschrijding voor nieuwe grenzen? Dat zouden we graag geloven, maar we voelen ook dat die nieuwe grens anders is. Wie moeten we nu nog onder de guillotine leggen?

Neptunus is niet de laatste fase van onze bewustzijnsontwikkeling. Onze levensomstandigheden zijn bij lange na niet paradijselijk.
Op Uranusniveau zijn 'alle mensen gelijk' geworden, het Neptunusniveau bewerkstelligde een omkering naar binnen en hoopt op eenheid zonder tegenstellingen. Maar we kunnen het niet realiseren, hooguit bij elkaar dromen, dichten, musiceren of met kunstmatige middelen voorspiegelen.


Waarheen met de schaduw?

En zo krijgen we in 1930 een nieuwe impuls: Pluto wordt ontdekt. Het eerste beeld dat we van deze planeet te zien krijgen, is een negatief op een verlichte fotoplaat: 'schaduw' noemen we dat. Maar voorlopig kunnen we daar niet zoveel mee, want in de buitenwereld vecht de door Neptunus bedwelmde mens nog steeds voor zijn ideaal van eenheid.
En men is ervan overtuigd dat dit eenheidsideaal het best bereikt kan worden door alle tegenstanders en vijanden uit te roeien. De hele wereld wordt zelfs meegetrokken in dit vijand-opruimen-idee die de innerlijke Neptuniaanse gespletenheid moet oplossen. We werken aan een geheim wapen: splijt-energie tegen de pijn van de gespletenheid.
En dit wapen maakt met 2 atoombommen inderdaad een einde aan de oorlog. We bouwen snel eendrachtig onze verwoeste landen weer op en de vijand van vroeger wordt onze bondgenoot.

Maar al gauw blijkt dat de wereld nu op een andere manier gespleten is, in twee blokken met gigantische wederzijdse vijandbeelden.
Ons geheime wapen werkt dit keer anders: de catastrofe van Tsjernobyl overschrijdt de grenzen tussen de afgescheiden blokken in de wereld. En we moeten vaststellen, dat niet de Rus, of de wetenschapper, of de politicus, of wie dan ook schuldig is aan deze ramp, maar dat wij dat allemaal zijn.
Anders gezegd: Tsjernobyl, dat zijn we met z'n allen. Tsjernobyl is de bedreiging van splijtstof in een gespleten wereld, maar Tsjernobyl is ook de weg naar een reële oplossing van het Neptunusverlangen. Eindelijk lossen de krampachtig overeind gehouden grenzen tussen ons en de uiterlijke vijanden op en richten we onze blik op onze innerlijke vijandbeelden.
Dat wat de psychologie 'verdrongen' of 'schaduw' noemt, kan eindelijk in ons bewustzijn geïntegreerd gaan worden.

De bewustzijnsontwikkeling die we in de confrontaties met Saturnus doormaken is te vergelijken met het alchemistische proces, waarbij het onedele (lood - Saturnus) in het edele (goud - Zon) wordt omgezet. De alchemisten drukten hun kennis van deze mogelijkheid tot transformatie van het 'lagere' in het 'hogere' uit in de leerstelling: In zijn wezen is lood het zuiverste goud! Uiteraard is dit een taai en langdurig proces en het vraagt harde arbeid, discipline en verantwoordelijkheid. Bovendien is de weg op zich meer het doel. Maar aan het eind wacht een rijke beloning.
De mensheid heeft het Plutoniveau geaccepteerd en begint te transformeren. De Saturnale grenzen zullen daarbij vanzelf overbodig worden. Wie door uiterlijke grenzen wordt geconfronteerd en ze accepteert, leert zichzelf beperken. Wie voor wereldwijd ongeluk geen schuldigen meer zoekt, vindt alleen nog zichzelf.

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Inhoud ©1992 - 2021 Hans Planje
Hans Planje     E:      T: 053-4772532