De dierenriem bestaat uit de sterrenbeelden, die de achtergrond vormen van de jaarlijkse zonnebaan.
De plaats van aarde ten opzichte van de zon bepaalt welk sterrenbeeld de achtergrond van de zon is. Omdat de aarde steeds in hetzelfde vlak rond de zon draait, legt de zon telkens hetzelfde pad tussen de sterren af. De band van sterrenbeelden, die de achtergrond vormen van de jaarlijkse zonnebaan noemen we de dierenriem. De denkbeeldige lijn die we de zon door de verschillende sterrenbeelden van de dierenriem zien maken, noemen we de ecliptica.

SlangenDragerTekeningIn de band van sterrenbeelden die de ecliptica met elkaar verbindt, zit één sterrenbeeld dat niet is opgenomen in de dierenriem. Dat is het beeld van de slangendrager, waarvan de onderste uitloper tussen de beelden schorpioen en boogschutter valt.
Naar alle waarschijnlijkheid hebben alle culturen op aarde een één of andere vorm van dierenriem gekend. Het is aannemelijk dat de twaalfdeling zoals wij die nu kennen, is voortgekomen uit de 12 volle manen in een jaar. Het woord maand is hiervan afgeleid. Overigens bestaat het 'maanjaar' maar uit 354 dagen (12 x 29½ dag) en om synchroon te lopen met het zonnejaar moet er om de 2 of 3 jaar een extra maan(d) worden toegevoegd.

Het zonnejaarritme wordt geijkt aan 4 belangrijke keerpunten in het jaar: de twee eveningen en de twee zonnewendes. Zo werd de ecliptica verdeeld in 4 sectoren met elk met een eigen karakter, de seizoenen. Als elk sector nog eens in drieën verdeeld wordt, ontstaat een zodiakale, met betekenis geladen meetkundige verdeling van de ecliptica, waarvan elk deel een symbolische betekenis heeft. Deze dierenriem kan onafhankelijk van de achterliggende sterrenbeelden worden gezien. Een ontleding van de 12 tekens laat zien, dat zij zo perfect op de symboliek van de zon-aarde-cyclus passen, dat het lijkt alsof ze in die context bedacht zijn.
Het gebruik van de 12 dierenriemsymbolen komt ook terug in de bijbel in de beschrijving van de 12stammen van Israël en de 12 discipelen.


Het dertiende sterrenbeeld

Het sterrenbeeld Slangendrager is al meerdere malen aanleiding geweest een discussie op gang te brengen, die de astrologie onderuit probeert te halen. De laatste keer gebeurde dat in 1995 toen de media veel ophef maakten over de 'ontdekking' van een 13e sterrenbeeld, die de gangbare ordening van 12 zou doorbreken. Tegenstanders van de astrologie zagen hun kans schoon en beweerden dat nu toch de astrologie op zijn grondvesten moest schudden en lieten van het systeem geen spaan heel. Maar astrologen haalden hun schouders op; er werd door de sceptici immers geen enkel onderscheid gemaakt tussen sterrenbeelden en dierenriemtekens…

We hebben dus een astrologische dierenriem met 12 tekens en een astronomische dierenriem met 13 sterrenbeelden. Twaalf is het getal van de zon, het mannelijke principe. Wiskundig is 12 een perfect getal. Je kunt er van alles mee: halveren, tweetallen, drietallen of viertallen van maken, kortom je kunt er prima mee rekenen. Het getal dertien is een priemgetal, het is het getal van de maan, het vrouwelijke principe en wordt beschouwd als irrationeel. In onze westerse cultuur, waarin het vrouwelijke dat eeuwenlang als ondergeschikt is beschouwd is pas de laatste halve eeuw een kentering op gang gekomen en krijgt het vrouwelijke gaandeweg meer erkenning. Parallel daarmee heeft in de astrologie Lilith, de Zwarte Maan haar (her)intrede gedaan en is het 13e sterrenbeeld van de dierenriem 'herontdekt'. Zou dit 13e sterrenbeeld ook vrouwelijke eigenschappen vertegenwoordigen? Lees verder een oordeel zelf.


De slangendrager in de dierenriem

De slangendrager valt dus astronomisch tussen schorpioen en boogschutter in. Astrologisch valt dit beeld samen met de laatste graden van Schorpioen. Als we de dierenriem gebruiken als een meetlat voor een proces, dat in ram een eerste impuls kent en in vissen tot een afronding komt, kunnen we de opeenvolgende dierenriemtekens beschouwen als een cyclus, waarin elk teken een bijzondere fase in de cyclus vertegenwoordigt. De slangendrager is dus een verbindingsschakel tussen deze beide dierenriemtekens.
sch boo

Schorpioen...

...is het teken dat we associëren met diepgang en intensiteit. Na de weegschaalfase, waarin het mentaal reageren op de ander centraal staat, volgt nu de fase van emotioneel reageren op de ander. Men gaat op zoek naar de verborgen kanten van het leven en de geheimen van het bestaan. In deze fase is de mens bereid tot het uiterste te gaan om tot de kern door te dringen. Dit gaat vaak samen met een sterke behoefte aan diepgaand ervaren en intensief beleven van alles wat de mens in deze fase meemaakt.
Zich ergens instorten en helemaal voor geven is voor schorpioen kenmerkend, maar dit maakt ook uiterst kwetsbaar. Daardoor kan schorpioen ook afstandelijk en gesloten zijn uit angst zelf gekwetst te worden. Zijn wapen is de gifangel, de spreekwoordelijke steek onder water, waarmee hij zich kan afweren als hij zich aangevallen voelt.


Boogschutter...

...is het teken dat geassocieerd wordt met zingeving en groei, want in deze fase wordt een verband gezocht tussen de uiterlijke manifestatie en de innerlijke ervaring. Het geheel is meer dan de som van de afzonderlijke delen, is het principe van de boogschutter. Daarom is de mens in deze fase voortdurend op zoek naar samenhang en integratie. <>br /> Het zoeken dat in de schorpioenfase is begonnen vanuit het gevoel dingen te willen doorgronden, is nu vanuit de opgedane ervaringen een innerlijk weten geworden. De mens ontdekt in deze fase zijn eigen waarheid en heeft de behoefte deze uit te dragen. Maar de mens kan zo overtuigd raken van zijn eigen waarheid, dat hij vergeet dat er vele waarheden, levensbeschouwingen en wereldbeelden zijn en dan wordt zijn idealisme tot fanatisme en zijn leer tot dogma.

Schorpioen en boogschutter zijn nogal tegengestelde tekens: De schorpioenenergie is een sterke naar binnen werkende energie, die noodzaakt om te focussen, erin te gaan en die voor sommigen zwaar, donker, pessimistisch of onontkoombaar voelt. <>br /> De boogschutterenergie is juist sterk naar buitengericht, brengt beweging, maakt lichter en geeft vleugels. Toch volgen ze in de dierenriem na elkaar en vertegenwoordigen ze in de cyclus twee in elkaar overgaande energieën.


e
    naar binnen gerichte energie
de diepte in
zet vast
pessimistisch
centripetaal
onderzoekend
zwaar
gedwongen
somber

æ
Slang  f
naar buiten gerichte energie
de hoogte in
brengt beweging
optimistisch
centrifugaal
uitdragend
licht
in vrijheid
enthousiast

ä

Wat gebeurt er eigenlijk in het proces…
…tussen de duisternis van de crisis en het licht weer zien,
…tussen de diepste diepte en de hoogste idealen,
…tussen de grootste intensiteit en meeste ruimte,
…tussen het oog van de naald en de verste verten,
…tussen de grootste kwetsbaarheid en het overtuigendste inzicht,
…tussen angstig vastklampen en grenzeloos vertrouwen,
…tussen wanhoop en hoop,
…tussen pessimisme en optimisme,
…tussen ‘zum Tode betrübt’ en ‘himmelhoch jachzend’,
…tussen depressie en manie,
…tussen sterven en herboren worden?

Zei niet Goethe al, dat waanzin en genialiteit heel dicht bij elkaar lagen?
En hoe zat het ook al weer met de duivel en God…?

Het moet iets zijn dat onzichtbaar, diep van binnen een knopje omzet, waardoor het mogelijk wordt de neerwaartse spiraal om te buigen naar een opwaartse.
Het is de impuls van overgave aan je angst, waardoor er ineens niet meer geblokkeerd, afgeweerd of verdedigd hoeft te worden. Een impuls die vaak pas gevoeld kan worden als het echt niet langer meer kan, op het diepste punt van de duisternis. Er komt energie vrij om een ommekeer mogelijk te maken, om de weg uit het dal terug te vinden.
Esoterisch wordt de overgang van schorpioen naar boogschutter gezien als het punt van wederopstanding na een stervens- en transformatieproces. Ook wordt het wel het conceptiepunt genoemd. Hier bevindt zich de opening in de dierenriem waar kosmische energie kan in- en uitstromen.

Het overgangspunt zou je kunnen zien als een transformatiepunt, hier vindt een omslag plaats, hier gaat een knopje om.
Het is een keerpunt, een bodem is bereikt. Niet noodzakelijk dé bodem, maar een voor dat moment in een groter proces bereikte bodem, waarna je (voorlopig) weer verder kunt. Er is een schil van het thema afgepeld en de volgende schil komt op een later tijdstip.
Het is het moment dat je dóór de weerstand, dóór de blokkade, dóór de pijn, dóór de angst heen gaat. Daardoor ontstaat opluchting, kun je het licht zien of een andere kijk krijgen en ineens andere kanten van hetzelfde zien, bv. het plotselinge inzicht dat een belemmering ook een stukje bescherming is, of dat angst ook een enorme wijsheid in zich draagt.
Een zucht, het loslaten van een verplichting of (deel van een) last, het opgeven van je verzet, het breken van weerstand, moeten wordt mogen, zachtheid, overgave, acceptatie, kwetsbaarheid, bewustwording, de klik.

Het is de verbindingsschakel tussen tegenstellingen en draagt in potentie het vermogen, om dingen die uit balans zijn te herstellen met symbolen als de brug, de regenboog, de handreiking.
Dit past bij de genezende kwaliteiten van Chiron, die ik als heerser van de slangendrager zie.

In deze tijd van het jaar loopt de Zon door de Slangendrager, dit jaar in het bijzonder vergezeld door Saturnus. Het is de tijd waarin het snel donker wordt en de aandacht voor het verborgene van andere dimensies groot is


Op 22 november is er in Amersfoort een workshop over dit onderwerp. Ook heb ik een uitgebreide reader geschreven die voor € 15,- + verzendkosten te bestellen is.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Content ©2016 Hans Planje
Hans Planje     E:      T: 053-4772532